">

Wie doet wat?

Zoeken in WDW?



Keuzes in oppervlaktetechniek

 

Veelal is het uitvoeren van een oppervlaktetechniek een kwestie van een herhalingsopdracht: de vrachtwagen wordt gelost of de productielijn levert deelcomponenten af, en iedereen weet wat hem en haar te doen staat. In het ontwerpproces zijn al veel keuzes gemaakt, en in het uitbestedingsproces of de eigen productieorganisatie waar de oppervlaktebehandeling een deel van is. In de aanloop het naslagwerk voor de oppervlaktetechniek te worden, volgt in deze Oppervlaktewijzer een eerste algemeen overzicht van keuzemomenten in de oppervlaktetechniek. Verre van volledig waar het normverwijzingen, deklaagkarakterisering en uitbestedingscriteria betreft, maar als eerste oriëntatie tenminste richtinggevend.

 

Materialen verkrijgen dankzij de oppervlaktetechniek hun uiterlijk en functionaliteit, en de levensduur wordt verlengd door de bescherming tegen corrosie, slijtage, UV-degradatie en andere degradatievormen. Als men de hele levenscyclus overziet, kan men enkele beslismomenten onderscheiden:

  • Is een oppervlaktetechniek nodig of zelfs wenselijk?
  • Wordt de oppervlaktebehandeling voorafgaand aan montage of naderhand uitgevoerd?
  • Wordt de oppervlaktetechniek in eigen huis of bij een specialist uitgevoerd? Bij
  • lopend werk: wordt alsnog overgestapt op uitbesteden of op zelf uitvoeren?
  • Worden er eisen gesteld aan alleen de deklaag, aan het gehele object, aan het uitvoerende bedrijf, aan het aldaar werkzame personeel?
  • Zijn er stoffen of methoden die gemeden moeten worden?
  • Wordt bij een uitbestede oppervlaktebehandeling ook ander werk inbegrepen, zoals onderhoud?
  • Hoe wordt het werk geïnspecteerd en geaccordeerd, wie kijken er mee?

 

Behandelingen, bewerkingen, oppervlakken, oppervlakten

Eerst een korte inleiding op de term 'oppervlaktetechnieken'. Het is een brede term waar eigenlijk alles onder valt wat je met een materiaaloppervlak kunt doen, zolang het om dat oppervlak gaat. Smelten en omvouwen zal men geen oppervlaktetechniek noemen, maar bijvoorbeeld het insmelten van een slijtvaste laag wel. Stralen is een bewerking, een conversielaag aanbrengen een behandeling. Het verschil tussen beide is dat bij de bewerkingen een zekere verspanende werking plaatsvindt: er wordt iets van het materiaal afgenomen door schuren, slijpen enzovoort. Soms is het onderscheid gradueel of arbitrair: is shotpeenen, het bekogelen van een metaaloppervlak om vermoeiing tegen te gaan, nou een bewerking of een behandeling? Hoe dan ook, de verzamelnaam is oppervlaktetechnieken. Voor het gemak van de uitspraak wordt het niet 'oppervlaktechnieken' genoemd, maar het betreft uiteraard wel het oppervlak en niet de oppervlakte in de zin van vierkante meters.

 

Is een oppervlaktetechniek nodig of zelfs wenselijk?

Met de komst van corten-staal leek er een droom in vervulling te gaan: een staal dat geen coating behoeft maar ook niet helemaal doorroest. Het blijft deels een kwestie van smaak of het roestbruine uiterlijk in zijn omgeving past. Het is zelfs denkbaar dat er besmetting van nabijgelegen roestvaststalen constructies plaatsvindt. Een andere werkwijze waar geen oppervlaktetechniek aan te pas komt is eenvoudigweg een diktetoeslag toepassen: damwandplanken en stortschachten van baggerschepen zijn vaak simpelweg extra dik uitgevoerd om langdurige materiaalafname te kunnen ondergaan zonder de functie te verliezen. Overigens worden ook daarwel eens beschermlagen toegepast.

 

Een ander ontwerprisico waar men rekening mee moet houden, is het 'eierschaaleffect': een relatief zacht substraat dat een relatief harde toplaag krijgt. Wellicht kan dan beter naar een ander basismateriaal omgezien worden of een andere toplaag. Soms is een oppervlaktetechniek schijnbaar niet nodig, maar komt die er wel degelijk aan te pas. Roestvaststaal zou geen behandeling nodig hebben omdat het immers niet roest, maar zeker op de lassen moet er wel het nodige gebeuren om de corrosiebestendigheid zeker te stellen; minimaal beitsen.

 

Wordt de oppervlaktebehandeling voorafgaand aan montage of naderhand uitgevoerd?

Een grofmazig onderscheid is te maken in de prefinish- en de postfinish-technieken. Een enorm deelgebied van de oppervlaktetechniek is het vooraf lakken van bandstaal direct bij de staalfabriek, dat dan als gekleurde rollen uitgeleverd wordt. In fabrieken elders worden er caravans, koelkasten of gevelplaten van geproduceerd. De techniek van het coilcoaten - aluminium- of staalband van een rol afwikkelen, coaten met een UV-uithardende lak en weer oprollen - heeft enorme voordelen. Het is een exact gecontroleerd proces met een zeer nauwkeurige laagdiktebeheersing, dat bij enorme doorloopsnelheden tot ruim tweehonderd meter per minuut wordt uitgevoerd. Het proces is zeer milieuvriendelijk uit te voeren door het gebruik van gesloten systemen, kent hoge opbrengstrendementen en waarborgt de kleurgelijkheid over grote charges. Een veelgehoord bezwaar is dat de knipranden geen bescherming hebben, maar als bijvoorbeeld continu bandverzinkt staal gebruikt wordt, zal het aan de kniprand aanwezige zink zich eerst opofferen voordat van corrosie van het staal sprake zal zijn. Bovendien is het natuurlijk altijd een ontwerpkwestie in hoeverre weer en wind vat krijgen op de constructie: er moet natuurlijk geen inwaterende rand precies op het eind van een coilcoatplaat uitkomen. Het is bovendien mogelijk om het stansen en coaten zodanig te integreren, dat onderdelen uit coilmateriaal al helemaal de vorm en perforatie hebben voorafgaand aan het coaten. Dit wordt bijvoorbeeld bij gepoedercoate stalen archiefkastsystemen gedaan.

 

Voor coilcoaten wordt vaak gekozen als het om grote oppervlakken gaat, maar ook kleinere projecten kunnen voorzien worden van fraai gelakt plaatmateriaal. Dat is dan afkomstig van een enkele rol , die bij een verdeelhuis is ingekocht (zie foto).

 

« terug naar het overzicht