Wie doet wat?

Zoeken in WDW?



Heeft uw bedrijf betalingsproblemen? Meldt het de fiscus

In deze economisch moeilijke tijden is het helaas een bekend verschijnsel: bedrijven met betalingsproblemen. Het niet kunnen voldoen aan de betalingsverplichtingen is natuurlijk een reden tot zorg voor iedereen binnen een bedrijf, maar in deze bijdrage richten we ons op een regeling waar vooral de bestuurders van een onderneming in betalingsnood mee te maken kunnen krijgen. De bestuurdersaansprakelijkheid.

 

Bestuurders kunnen persoonlijk aansprakelijk gesteld worden voor de schulden van een onderneming. Nu is dit normaal gesproken alleen aan de orde als de betreffende bestuurder zich schuldig heeft gemaakt aan 'kennelijk onbehoorlijk bestuur'. Daarvan is over het algemeen niet zo snel sprake. Wanneer gewone bedrijfsvoering leidt tot een slecht economisch resultaat is dat jammer, maar nog geen 'kennelijk onbehoorlijk bestuur'. Daarvoor moet er wel iets meer aan de hand zijn, zoals wanbeleid of fraude. Soms is echter al voldoende dat een bestuurder niet heeft ingegrepen terwijl dat duidelijk wel nodig was.
Meestal zal degene die de bestuurder aansprakelijk stelt moeten aantonen dat er sprake is geweest van 'kennelijk onbehoorlijk bestuur'. In de praktijk is dat (gelukkig voor de bestuurder) vaak een lastige klus. Soms wordt die bewijslast echter bij de bestuurder zelf neergelegd en moet de bestuurder aantonen dat er geen sprake is geweest van 'kennelijk onbehoorlijk bestuur'. Het mag duidelijk zijn dat je als bestuurder in zo'n situatie eigenlijk al met 1-0 achterstaat. Een dergelijke situatie doet zich voor als een bestuurder niet heeft voldaan aan de verplichte melding van betalingsonmacht bij de belastingdienst.

 

Belastingschulden vallen onder de bestuurdersaansprakelijkheid. Een bestuurder kan persoonlijk aansprakelijk gesteld worden voor door het bedrijf verschuldigde loonbelasting, omzetbelasting of vennootschapsbelasting. Er moet dan wel sprake zijn van 'kennelijk onbehoorlijk bestuur'. In tegenstelling tot andere schuldeisers heeft de belastingdienst een betere positie doordat de wet met betrekking tot belastingschulden een meldingsplicht van betalingsonmacht kent. Als een bedrijf niet in staat is haar belastingschulden te betalen, moet dit direct bij de belastingdienst worden gemeld. De melding moet worden gedaan door een bestuurder en wel binnen twee weken na de dag waarop uiterlijk betaald had moeten worden. De melding moet bovendien schriftelijk gebeuren. In de jurisprudentie is wel bepaald dat een telefonische melding van betalingsonmacht ook mogelijk is, maar om bewijsproblemen te voorkomen heeft de schriftelijke melding de voorkeur. De belastingdienst heeft op haar website een speciaal formulier beschikbaar gesteld, maar een bedrijf mag ook zelf iets op papier zetten zolang maar duidelijk is om welke belastingschulden het gaat (duidelijke vermelding van het tijdvak) en waarom er sprake is van betalingsonmacht. Let op dat het risico van een fout bij de postbezorging volledig bij de bestuurder ligt. Verstuur de melding dan ook aangetekend of breng hem persoonlijk naar het belastingkantoor.

 

Wie als bestuurder verzuimt een tijdige en volledige melding van betalingsonmacht te doen, krijgt te maken met een wettelijk vermoeden van 'kennelijk onbehoorlijk bestuur'. Met andere woorden: de bewijslast ligt in dat geval bij de bestuurder. Wie als bestuurder in een dergelijke situatie aansprakelijk wordt gesteld zal eerst moeten aantonen dat het achterwege laten van de melding niet aan hem of haar te wijten is. Daarna zal de bestuurder ook nog eens moeten aantonen dat het niet betalen niet het gevolg is van onbehoorlijk bestuur. Een zware bewijslast en in de praktijk slagen veel bestuurders er in een dergelijke situatie niet in de aansprakelijkheid te ontlopen.

 

Bij een bedrijf met meerdere bestuurders kan de vraag opkomen wie er nu eigenlijk de melding moet doen. Vooropgesteld moet worden dat de onderlinge taakverdeling van een bestuur voor de regels van de bestuurdersaansprakelijkheid niet van belang is. Het bestuur wordt collectief verantwoordelijk gehouden en dat betekent in principe dus ook dat iedere bestuurder verplicht is de betalingsonmacht te melden. Het is daarbij geen excuus dat een bestuurslid zich op grond van de onderlinge taakverdeling niet met de financiën heeft bezig gehouden.
Als bestuurder geldt verder in principe een ieder die tot bestuurslid is benoemd en ook als zodanig in het Handelsregister is ingeschreven. Maar de feitelijke omstandigheden kunnen er ook toe leiden dat iemand als aansprakelijk bestuurder wordt aangemerkt zonder dat deze persoon formeel een dergelijke functie heeft. Denk hierbij aan een persoon die 'achter de schermen' het reilen en zeilen van een onderneming bepaalt.
Aan de andere kant kan een persoon die wel als bestuurder staat ingeschreven in het Handelsregister, maar verder aantoonbaar geen feitelijke bemoeienis met de onderneming heeft, weer niet aansprakelijk worden gesteld.

 

Wie eenmaal betalingsonmacht heeft gemeld hoeft in principe niet voor elk volgend (belasting)tijdvak opnieuw een melding te doen. Een eenmaal gedane melding geldt ook voor de daarna komende tijdvakken, tenzij de ontvanger van de belastingdienst heeft laten weten dat hij de betalingsonmacht niet langer aanwezig acht. Deze mededeling zal de ontvanger overigens wel schriftelijk moeten doen.

 

Het niet melden van betalingsproblemen kan dus leiden tot persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurder van een onderneming. Het is daarom van belang goed de formaliteiten in de gaten te blijven houden als bestuurder en indien nodig de betalingsonmacht bij de belastingdienst te melden. Wie dat achterwege laat kan zichzelf terug vinden in een procedure met een zware bewijslast. Wie wel tijdig melding doet van betalingsproblemen zorgt er in ieder geval voor dat bij een eventuele aansprakelijkheidstelling de bewijslast bij de belastingdienst ligt.

 

 

« terug naar het overzicht