Mbo-instellingen en bedrijven zetten samen 40 Centra voor Innovatief Vakmanschap op die onderwijs verankeren in de kenniseconomische ontwikkeling van Nederland.
De Centra leveren topstudenten af waar de regio nu en in de toekomst grote behoefte aan heeft. Dat staat in het advies over het sectorinvesteringsplan mbo 2011-2016 van de commissie Loek Hermans dat vanavond wordt overhandigd aan Jeroen van der Veer (voormalig CEO Royal Dutch Shell en voorzitter Platform Bèta Techniek) en Jan van Zijl (voorzitter MBO Raad).
De MBO Raad en het Platform Bèta Techniek hebben een onafhankelijke commissie gevraagd advies uit te brengen voor een sectorinvestering in het technisch mbo voor de periode 2011-2016. De commissie Hermans is voorstander om het mbo een kwaliteitsimpuls te geven door te investeren in het opzetten van Centra voor Innovatief Vakmanschap.
De commissie stelt dat het Centrum voor Innovatief Vakmanschap als onderdeel van een mbo-instelling zich moet onderscheiden, niveau uit moet stralen en herkenbaar een betere kwalificatie moet bieden. De stimulerende leeromgeving van een Centrum voor Innovatief Vakmanschap met topdocenten en toptechnologie leiden getalenteerde studenten op die kiezen voor kwaliteit en inhoud. Vakmanschap is iets om trots op te zijn.
De Centra sluiten aan op de nationale en regionale economische speerpunten, zoals de door het Ministerie van Economische Zaken opgestelde sleutelgebieden Chemie, Water en High-Tech systemen. De commissie is ervan overtuigd dat via de Centra het mbo een stevige bijdrage kan leveren aan de economische ontwikkeling van de regio.
Door vernieuwende samenwerkingsverbanden tussen het mbo, het bedrijfsleven en de regionale overheid kan worden ingezet op een breed, verdiept (specialisaties) en verzwaard (topklassen) onderwijsprogramma voor vakspecialisme. Het zou er toe moeten leiden dat ten minste 15% van de mbo-techniek studenten het topniveau haalt. Hier is een stevige investering voor nodig die een impuls geeft aan een duurzame kwaliteitsverhoging.
Voor de commissie is investeren in een Centrum voor Innovatief Vakmanschap gelijk aan investeren in excellent onderwijs en talentontwikkeling van aankomende vakmensen. Het draagt daarmee bij aan het innovatiepotentieel van bedrijven. Dit versterkt het profiel van de regio, bevordert het vestigingsklimaat voor bedrijven, stimuleert innovatie en bevordert kennisuitwisseling.
Het tekort aan goed opgeleid technisch personeel stijgt niet alleen door de economische crisis. Ook vergrijzing en ontgroening hebben consequenties voor de arbeidsmarkt. Dit gegeven is een feit, en verdwijnt niet, ook niet in economisch betere tijden. De mbo-studenten van een Centrum van Innovatief Vakmanschap brengen innovatieve kennis en vaardigheden mee waar het bedrijfsleven grote behoefte aan heeft.
De commissie adviseert om via een gefaseerde benadering uiteindelijk zo'n 30-40 Centra op te zetten. Per Centrum wordt over een periode van vier jaar een overheidsinvestering van twee miljoen euro verwacht. Aan het einde van de looptijd moeten alle Centra zelfvoorzienend zijn.